WWW.MIDDENEUROPA.NL

 

 

Het Kremlin

Het geestelijke en wereldlijke centrum van Moskou en Rusland

                                      

Het ontstaan van Moskou en het Kremlin

‘Vorst Joeri ging de heuvel op, keek om zich heen naar alle kanten, in de beide stroomrichtingen van de rivieren Moskva en Neglinnaja; hij was verrukt van de dorpen die hij daar zag en beval hier onverwijld een stad met houten huizen te bouwen, de naam van de stad moest Moskou zijn,’ aldus een kroniekschrijver in het jaar 1156. De betreffende vorst was grootvorst Joerie Dolgoroeki en de heuvel de Borovitski-heuvel, 40 meter boven de Moskva.

En zo gebeurde het. Op deze plaats verrees een door palissaden omringde nederzetting. Negen jaar daarvoor was Moskou ook al in een kroniek vermeld, en zo komt het dat er twee jaartallen als stichtingsdatum in omloop zijn.

 

Feitelijk begint met de bouw van het Kremlin de geschiedenis van Moskou. Ook nu nog is het Kremlin de kern van de stad. Het was het punt vanwaar de stad werd uitgebreid en gedurende vele eeuwen het geestelijke en wereldlijke centrum van het land. De naam komt uit het Grieks en betekent ‘burcht’ of ‘vesting.’

 

In de drie eeuwen na Joeri Dolgoroeki wer de vesting verschillende keren verwoest of platgebrand. Momenteel beslaat het Kremlin 28 hectare. Rondom loopt een rode bakstenen muur van 2235 meter lang. De vestingmuur werd op bevel van Ivan III aan het einde van de 15e eeuw gebouwd door Italiaanse bouwmeesters (1462 – 1505).  

 


Het Kathedralenplein

Al aan het begin van de 14e eeuw werden de eerste kerken neergezet, die onder Ivan III werden verbouwd en hun huidige vorm kregen. Het prachtige kathedralencomplex met de 50 koepels ligt op het hoogste punt van het Kremlin. De kerk waar alle tsaren werden gekroond is altijd de Maria-Hemelvaartskathedraal gebleven (Oespenski Sobor). De centrale koepel wordt omringd door vier kleinere koepels en is met zijn 42 meter één van de grootste koepelconstructuies van Rusland. In de kerk is de troon van Ivan de Verschrikkelijke (1533 – 1584) te zien. Tgenover deze kerk ligt de Maria-Boodschapkathedraal (Blagovesjtsjenski Sobor), een kleine kerk met negen koepels, die diende als “huiskerk” van de tsaren. Hier vonden dan ook huwelijks- en doopplechtigheden plaats. Bij restauratiewerkzaamheden na de Revolutie zijn originele iconen van Andrej Roebljov en de Griek Theophanes aangetroffen. Op de wanden en koepels zijn fresco’s te zien met historische en bijbelse taferelen. Alle kerken van het Kremlin zijn ontworpen door Italiaanse architecten, behalve de Maria-Boodschapskathedraal, die is ontworpen door bouwmeesters uit Pskov.

 




 


Tussen 1505 en 1508 ontstond de Aartsengel-Michaëlkathedraal (Archangelski Sobor). Deze kerk verenigt stijlelementen van de Italiaanse Renaissance en typische kenmerken van Russische sacrale bouw. Hier werden de Russische tsaren tot aan het vertrek van Peter de Grote naar St. Petersburg begraven. Er zij nog 46 sarcofagen te vinden. De icoon van de aartsengel is geschilderd door Andrej Roebljov, terwijl de wandschilderingen van Oesjakov uit de 17e eeuw dateren.

 

De nietigste kerk is de Maria-Kleedafleggingskathedraal (Rizopolosjenski Sobor) met slechts één koepel uit het einde van de 15e eeuw. De kerk heeft echter prachtige fresco’s uit de 17e eeuw en was de huiskerk van de metropolieten en patriarchen. Hij ligt enigszins verstopt achter de Maria-Hemelvaartskathedraal en het Bojarenpaleis.

 

De laatste kerk is de Kathedraal van de Twaalf Apostelen. Deze is onderdeel van het Paleis van de Patriarch, vroeger de zetel van het patriarchaat van de Russisch-orthodoxe Kerk, en stamt uit de 17e eeuw. In de niet door zuilen gestutte kruiszaal vindt u een expositie van 17e-eeuwse kledingstukken en gebruiksvoorwerpen.

 

Het Kathedralenplein wordt afgesloten door de klokkentoren van Ivan de Grote (Kolokol Ivan Veliki). Ook deze is ontstaan in de tijd van Ivan III. In 1600 liet Boris Godoenov er twee verdiepingen en een koepel aan toevoegen, zodat het geheel nu 81 meter meet. De klokken, die zijn ondergebracht in de klokkenmuur die tegen de toren is aangebouwd, luidden vroeger vaak bij naderend gevaar en bij geboorten en sterfgevallen in het tsarenhuis.

 

Nog ten tijde van Ivan III werd aan het Kathedralenplein het fraaie Facettenpaleis gebouwd. In de pronkzal worden nog steeds belangrijke staatszaken afgehandeld. De 500m2 grote zaal is versierd met fresco’s en wandschilderingen van Oesjakov. Het paleis is helaas niet van binnen te bezichtigen.

 

Ivan III heeft niet alleen een belangrijk aandeel gehad in de bouw van het binnenste deel van het Kremlincomplex, hij zorgde ook voor de verdediging ervan: Hij liet de vestingmuur van 19 torens voorzien.

 

Latere eeuwen

In de volgende eeuwen werd het bestaande verbouwd en nieuws toegevoegd. Zo kregen de torens van het Kremlin in de 17e eeuw hun kenmerkende spitsen. Ten tijde van de tsaren waren de hoogste torenspitsen gesierd met keizerlijke adelaar, maar na de revolutie verwisselde men die voor enorme rode sterren van robijnglas.  

 

Onder de Romanovs, die regeerden van 1613 tot 1917, drong ook de Barok uit West-Europa in het Kremlin door. Dat is te zien aan het Bojarenpaleis (Terem-paleis), dat nu bijna verdwijnt tussen het Grote Kremlinpaleis en het Congrespaleis. In het Bojarenpalies, residentie van de tsaren, zijn drie kleine barokke kerken opgenomen. Met de verplaatsing van de regering naar St. Petersburg verloor het Kremlin aan betekenis. Pas Catharina de Grote liet weer iets bouwen: Het classicistische Senaatspaleis waarin nu de regering van Rusland bijeen komt. Al van ver is de koepel te zien met zijn doorsnede van 24,5 meter en een hoogte van 27 meter, altijd met de Russische vlag in de top. Dit bouwwerk wordt ook wel het Russische Pantheon genoemd. Toen Moskou na de Revolutie weer tot hoofdstad werd verklaard, werd het Kremlin weer zetel van de regering. Lenin betrok een woning in het Senaatspaleis, die tegenwoordig als museum is ingericht, en gaf opdracht alle monumenten van het Kremlin te restaureren en te onderhouden.


 





 


Tijdens de regering van Nicolaas I werd in de jaren 1838-1849 het Grote Kremlinpaleis gebouwd, in classicistische stijl, naar een ontwerp van de Italiaan Rastrelli. Het paleis telt circa 700 zalen, waaronder de 1250 m2 metende St. Joriszaal, maar is niet toegankelijk voor het publiek.

 

Het is beslist aan te bevelen om ook de Wapenzaal naast het Kremplinpaleis te bezichtigen, het met onvoorstelbare rijkdomen en schatten ingerichte Kremlinmuseum, een van de belangrijkste musea ter wereld. 

 

Op de plaats waar vroeger twee kloosters hebben gestaan werd van 1932 tot 1934 het presidium van de Opperste Sovjet gebouwd, nu Residentie van de President van de Russische Federatie, in de stijl van het classicistische Senaatspaleis. Het meest recente en ook lelijkste bouwwerk danken we aan Nikita Chroestsjov: Het Congrespaleis, een modern gebouw van glas, beton en marmer uit 1961. In de twee gigantische zalen, met 6000 en 2500 zitplaatsen, worden nu concerten en voorstellingen van het Bolsjoi-theater gegeven.

 

Verder treft u in het Kremlincomplex nog het kanon Tsar Poesjka aan, dat nog nooit een kogel heeft afgevuurd. Het kanon wegt 40 ton, heeft een kaliber van 89 centimeter en is in 1586 gegoten van brons. Vlak ernaast staat de Tsarenklok (Tsar Kolokol), met een doorsnede van 6,14 meter en 210 ton zwaar. Net als het kanon heeft de klok nog nooit gefunctioneerd, aangezie hij kort na de vervaardiging in 1737 bij een brand werd beschadigd en er een brok van 12 ton afscheurde.

 

                                                

 

Meldt u hier aan voor onze nieuwsbrief