|
|
Transsylvanië
Transsylvanië is de grootste
en meest afwisselende regio van Roemenië. Het is nog steeds de regio die
het meest door toeristen wordt bezocht. De verschillende volkeren die in
Transsylvanië eeuwenlang naast elkaar hebben gewoond – Roemenen, Hongaren
en Duitsers – hebben hier alle hun sporen nagelaten. Saksische steden en
Roemeense en Hongaarse dorpjes wisselen elkaar af op een overwegend
glooiende lappendeken. Verspreid vindt men er ook nog overblijfselen van
oude Dacische vestigingen, terwijl de hogere berggebieden van Transsylvanië
tot de meest afwisselende en toegankelijke trekkinggebieden van de
Roemeense Karpaten behoren.
Het centrale plateau van
Transsylvanië biedt een aantal interessante steden in het overigens
landschappelijk minder aantrekkelijke Transsylvanische bekken. Cluj
is een belangrijke stad en de toegangspoort tot Noordelijk en
Midden-Transsylvanië. Direct ten westen van Cluj liggen de berggebieden van
Apuseni met interessante Roemeense en Hongaarse enclaves. Ten zuiden
hiervan liggen met Alba Iulia en het kasteel van Hunedoara
enkele belangrijke bezienswaardigheden. Niet ver hier vandaan bevindt zich
het Retezat natuurgebied. Ten noordoosten van Cluj leidt de weg naar
Bistrita en verder naar de Bargau-pas, een belangrijke
verbindingsweg tussen Transsylvanië en de Roemeense provincie Moldavië. De
dynamische stad Targu Mures ligt aan de Mures-rivier en vormt de
poort naar Székelyland (de Székely waren van oorsprong een
specifieke stam van de Magyaren, de vroege Hongaren). Behalve enkele mooi
gelegen kuurcentra die over allerhande goede voorzieningen beschikken is
dit een interessant gebied om kennis te maken met de Székely-volkscultuur.
Ook de Moldavische kloosters liggen van hieruit binnen handbereik.
|
|
|
|
De visitekaartjes van Transsylvanië,
de steden Sibiu, Sighisoara en Brasov, liggen diep in
het binnenland. Rondom deze steden liggen kleinere stadjes met veelal fraai
geconserveerde middeleeuwse weerkerkjes. Sibiu is een geschikte
uitvalsbasis voor het Fagaras- en het Cindrel-gebergte. Vanuit Brasov zijn
belangrijke natuurgebieden, zoals de Piatra Craiului en de Bucegi, goed
bereikbaar.
Cluj Napoca
Cluj (officiële naam is
Cluj Napoca) is een belangrijk verkeersknooppunt en één van de grootste
steden van Roemenië. De stad was tot aan de Eerste Wereldoorlog de
hoofdstad van het Hongaarse Transsylvanië. Hoewel de lange invalswegen niet
erg bemoedigend zijn, heeft de binnenstad tijdens het communisme weinig
bulldozers gezien. De economische ontwikkeling laat – zeker in vergelijking
met steden als Brasov en Targu Mures – nog op zich wachten, maar het
centrum van deze universiteitsstad behoort tot de mooiste en levendigste
van Transsylvanië.
|
|
|
|
Gebouwen uit het Hongaars-Habsburgse
verleden domineren op het centrale plein en de statige straten eromheen.
Midden op het centrale
plein Piata Unirii staat de indrukwekkende rooms-katholieke kerk van
St-Michaël, gebouwd in de 14e eeuw. Dit is na de kerk van Brasov de
grootste gotische kerk van Roemenië met waardevolle elementen in het
interieur zoals de 15e-eeuwse fresco’s in het schip, de deur van de
sacristie uit 1528 en de fraai gesneden houten kansel. In de kerk worden
regelmatig orgelconcerten gegeven. Voor de kerk staat het standbeeld van
Mátyas Corvinus (Matei Corvin in het Roemeens), de Hongaarse
renaissancekoning die eind 15e eeuw de eenheid in het Hongaarse Rijk
herstelde. Aan het plein staat verder het Bánffy-paleis, waarin
tegenwoordig het hoogaangeschreven Muzeul de Arta is gevestigd met een
uitputtende tentoonstelling van Roemeense meesters uit de 19e en 20e eeuw.
In noordelijke richting, links achter de kerk, loopt de Str. Matei Corvin
langs het geboortehuis van Corvinus (nummer 6) en mondt uit op het Piata
Muzeului, waar het gebouw van het Historisch Museum en een mooie
franciscanenkerk (15e eeuw) staan. Achter deze voorname wijk stroomt de
Somesul Mic-rivier met aan de overkant de heuvel waar vroeger de citadel op
stond en nu een lelijk hotel.
Wanneer u het Piata Unirii
in zuidelijke richting verlaat komt u bij de Babes-Bolyai universiteit met
daarachter nog restanten van de oude stadsmuur. De Str. Avram Iancu loopt
langs het grote kerkhof, terwijl een paar honderd meter verder zuidelijk de
beroemde botanische tuinen van de stad liggen (ingang aan Str. Georghe
Bilascu). Vanaf de universiteit in de andere richting, langs de Str.
Kogalniceanu, staat de gereformeerde kerk (1516) en de enige overgebleven
wachttoren in de stadsmuur, de Turnul Croitorilor (kleermakerstoren). Aan
de Andre kant van de weg naar Turda (Calea Turzii / Str. Cuza Voda) staan
aan het Piata Stefan cel Mare het begin 20e-eeuws Nationaal
(Roemeens) Theater en de neo-byzantijnse orthodoxe kerk uit 1923 tegenover
elkaar – gescheiden door een discutabel standbeeld van Avram Iancu, leider
van Roemeense opstanden tegen de Hongaren rond 1848.
|
|
|

|

|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Apuseni
bergen
Apuseni of ‘westelijke
Karpaten’ is de benaming voor de bergmassieven Bihor, Vladeasa en Gilau gezamenlijk.
De oostelijke helft behoort tot Transsylvanië, de westelijke bergen behoren
eigenlijk tot de regio Cristana en Banat.
Hoewel dit
‘eilandgebergte’ niet spectaculair is als het om de hoogste top gaat (1800
meter), is het voor wandelaars uitermate geschikt dankzij het mooie
landschap en de traditionele Hongaarse en Roemeense dorpen. Er is een goede
afwisseling tussen open uitzichten en dichte bossen en de vele
bezienswaardige grotten zorgen voor interessante tussenstops. Het meest
bezochte reisdoel en het onofficiële centrum van het gebied is het Padis
Plateau in het Bihor-gebergte. Van hieruit zijn verschillende
bijzondere rotsformaties te bezoeken zoals de dolines van de Cetatile
Ponorului (‘Citadel van Ponor’), de Lumea Pierduta (‘Verloren Wereld’) en
het ‘amfitheater’ Cetatea Boga. Net als in veel Roemeense bergen is ook het
Padis Plateau het meest geschikt voor kamperende wandelaars.
Er lopen nauwelijks
doorgaande verbindingen door de Apuseni-gebergten en wie zuinig is op zijn
of haar auto doet er beter aan te gaan wandelen. De noordelijke toegang
|
|
vanaf de verkeersverbinding ligt tussen Oradea en Cluj. Vanuit
Huedin kunt u zonder al te veel problemen tot aan het Belis-meer rijden en
van hieruit eventueel tot aan Poiana Horea. Vanuit het westen is het
plateau via de slechte, onverharde weg vanuit Pietroasa in principe te
bereiken. Direct naar de Padis vanuit de Aries-vallei is met gewone auto’s
onmogelijk.
Nationaal Park
Retezat
Ten zuiden van het weinig boeiende stadje Hateg ligt
één van de bekendste nationale parken van Roemenië, het Nationaal Park
Retezat. Dit tijdens de ijstijd gedeeltelijk vergletsjerde hooggebergte
bestaat uit een kleine hoogvlakte met rondom een aantal toppen tot maximaal
2509 meter hoog (de Peleaga). Retezat staat bekend om het gevoel
daadwerkelijk tussen de bergtoppen te kunnen lopen (dit in tegenstelling
tot bijvoorbeeld het Fagaras-gebergte, dat uit een lange graat bestaat) en
de prachtige gletsjermeertjes en andere geologische verschijnselen. Verder
biedt het park een uitzonderlijk rijke flora die in dit park ook
daadwerkelijk beschermd wordt, door bijvoorbeeld de begrazing door schapen
aan strike regelgeving te onderwerpen. Aan de noordzijde in de heuvels rond
Rau de Mori ligt aan het einde de voor normale auto’s onbegaanbare weg
‘Cabana Gura Zlata.’
|
|
|
Noordelijk Transsylvanië: Richting Bistrita en de
Bargau-pas
De noordelijke helft van
Transsylvanië bestaat grotendeels uit brede riviervalleien afgewisseld met hier
en daar wat heuvelland. Op het eerste gezicht is dit niet het mooiste deel
van Roemenië en op weg naar de toeristisch interessantere streken als
Maramures en Boekovina blijven dan ook maar weinig mensen hier wat langer
hangen.
Bistrita is de meest noordelijke
van de zeven oude steden van de Saksen in Transsylvanië. Het stadje doet
wat stoffig aan, maar is best gezellig en vanwege de nabijheid van de
Bargau-pas en de doorgaande routes naar de Roemeense regio Moldavië
beschikt de stad over redelijke hotels.
De Bargau-pas ligt
ongeveer 30 kilometer ten oosten van Bistrita, aan de weg naar Vatra Dornei
in Moldavië. De route erheen is een bijzonder fraaie tocht door inderdaad
stemmingmakende, vaak mistige berglandschappen. Dat er hier vampiers rondwaren,
dient men dan maar op de koop toe te nemen. De Bargau-pas met een hoogte
van 1200 meter is een geschikte uitvalsbasis voor trektochten in de Caliman
of het Bargau-gebergte aan weerszijden ervan. De pas zelf is niet onaardig,
maar onder de naam Piatra Fantanele bezaaid met talloze hutjes, huizen en
andere optrekjes met daar bovenop nog eens het omineuze Dracula-hotel.
Niet ver van Bistrita ligt
het hoge Rodnei-gebergte, dat vooral voor de liefhebbers van langere
trektochten, eenzaamheid en natuur bijzonder geschikt is. Dit gebergte kan
prima vanuit Transsylvanië worden benaderd. Het Rodnei-gebergte wordt
omsloten door de Viseu-vallei in het noorden (Maramures) en in het zuiden
door de vallei van de Somesul Mare. Hogerop in deze laatste vallei is eenvoudige
accommodatie beschikbaar die kan dienen als uitgangspunt voor wandel- en
andere actieve vakanties in de omgeving.
|
In
de omgeving van Bistrita is het onmogelijk de verwijzingen naar Dracula
over het hoofd te zien. Samen met het kasteel van Bran, het kasteel
Poienari bij Curtea de Arges en het geboortehuis van Vlad Tepes (‘Dracula’)
in Sighisoara behoort de Bargau-pas tot de belangrijkste ‘bedevaartsoorden’
voor Dracula-liefhebbers. In de roman van Bram Stoker uit 1830 was de
vampiergraaf Dracula het ondode lichaam van Vlad Tepes, dat zich in leven
houdt door het bloed van vooral vrouwen te drinken. Dat Stoker nooit op de
Bargau-pas is geweest mag de pret niet drukken en hier lopen de feiten dan
ook achter de fictie aan. Het Dracula-hotel is gebouwd door een architect
die zichtbaar heeft geprobeerd om – op basis van Stoker’s roman – het
‘echte’ Dracula-kasteel enigszins na te bootsen. Bij de receptie van het
hotel kan men zich aanmelden voor een bescheiden rondleiding door de crypte
in de kelder van het hotel.
|
|
|
Székelyland
In het hart van
Székelyland maken de Hongaarssprekende Székely in de meeste dorpen en
stadjes al bijna duizend jaar de meerderheid uit. Hun taal is afgezien van
bepaalde woorden en uitdrukkingen vrijwel gelijk aan het Hongaars en ook de
volkskunst vertoont nauwe verwantschappen. Anderzijds hebben de Székely
zich er altijd op voorgestaan een zelfstandige stam te zijn die in het
Hongaarse Rijk in ruil voor grensbewaking vrijgesteld werd van de normale
diensten aan de koning. De Székely vormden derhalve hun eigen bestuur en
maakten geen deel uit van het feodaal stelstel. Ook in geloofskwesties
wensten ze hun eigen gang te gaan wat vooral met de Habsburgers regelmatig
tot grote twisten leidde.
De meeste steden in Székelyland
zijn onder Ceausescu grondig gemoderniseerd, zodat alleen Odorheiu Secuiesc
nog een tamelijk gezellig stadscentrum heeft. Daar staat tegenover dat deze
regio dankzij grote aantallen bezoekers uit Hongarije over een uitgebreide
toeristische infrastructuur beschikt waarbij familiehotels, kleinschalige
pensions en informele ‘kamers-aan-de-straat’ de hoofdtoon voeren. Hoewel
vrijwel iedereen Roemeens kan spreken, wordt er door de mensen in de meeste
steden en dorpen onder elkaar Hongaars gesproken. De wegen in dit gebied
behoren tot de slechtste in heel Roemenië.
|
|
|
Sibiu
Sibiu en omgeving vormen
een aantrekkelijke bestemming voor liefhebbers van zowel cultuur als
natuur. De stad is na Brasov de grootste ‘Saksische’ stad. Hoewel de meeste
Saksen inmiddels zijn weg getrokken heeft de stad hun sporen weten te
behouden – al is het nog maar net. Sibiu heeft een aantal belangrijke
monumenten, maar voor de toerist zijn toch vooral de kronkelende straatjes
van de binnenstad de hoofdattractie. Gelukkig staan voor de culturele
tentoonstellingen van 2007 veel restauraties gepland, want veel huizen en
vooral straten staan en liggen er niet bepaald rooskleurig bij. De minder
gepoetste indruk die het geheel maakt draagt echter wel bij tot het gevoel
dat men zich in een middeleeuwse stad bevindt. Dat geldt vooral ’s avonds
of bij minder goed weer.
Het
Fagaras-gebergte
|
|
|
De Fagaras-bergen behoren tot de meest indrukwekkende bergen van de
Karpaten. Over een lengte van meer dan vijftig kilometer rijst een 2000
meter hoge bergrug op met toppen tot boven de 2500 meter. Het meest
spectaculair is de steile noordflank. Aan de zuidelijke kant lopen de
bergen veel geleidelijker uit in heuvels. De Transfagarasanul autoweg
kruist de graat in een 900 meter lange tunnel die net iets boven de 2000
meter hoogte komt. Aan deze zijde is de weg met de vele bochten en
vergezichten een hoogtepunt op iedere vakantie naar Roemenië.
Sighisoara
De Burchtheuvel van
Sighisoara vormt een echte, vrijwel intacte middeleeuwse stad compleet met
stadsmuur en pleintjes met kinderkopjes. Het centrum staat niet voor niets
op de Unesco-lijst van werelderfgoederen.
|
|
|
Onder de naam Castrum Sex
was het één van de eerste Saksische vrije steden die al snel rijk werd van de
handel met Moldavië en Walachië. Hoewel Vlad Tepes hier in de stad is
geboren hadden de oorspronkelijke Roemenen, de Walachiërs, toen nog geen
burgerrechten.
De burchtheuvel is
natuurlijk maar een klein maar opvallend deel van de stad aan de Tarnave Mare.
De hoofdingang is de poort onder de grote klokkentoren, origineel gebouwd
in de 14e eeuw. Vroeger bevonden zich hier het raadhuis, de kruitkamer en
de schatkamer. Tegenwoordig is het Historisch Museum hier gevestigd. De
toren is ook te bezichtigen. Vooral het uurwerk is interessant: zeven
figuren stellen de dagen voor en wisselen om middernacht van plaats,
uitkijkend over de stad beneden, terwijl twee andere figuren aan de andere
zijde van de toren ‘dag’ en ‘nacht’ symboliseren.
Sighisoara is een goede
bestemming voor een dagtocht, maar de stad is verder eigenlijk te klein om
veel meer te bieden te hebben. In de zomer vindt elk jaar het Festivalul de
Arta Medievala (Festival voor middeleeuwse kunst) plaats waar nog steeds
veel etnische en culturele groepen uit heel Roemenië op af komen.
|
|
|
Brasov
Brasov is niet voor niets
de belangrijkste toeristische bestemming van Roemenië. Het gezellige,
netjes gerestaureerde stadscentrum wordt doelmatig afgeschermd van het
verkeer en is zodoende een meer dan aangename bestemming voor een culturele
wandeling of een terrasje. Brasov
beschikt over enkele van de belangrijkste bouwkundige monumenten van
het land.
De oude stadskern ligt
ingeklemd tussen meerdere heuvelpartijen, te weten de 600 meter hoge Tampa-heuvel
en de lagere Delaul Cetatuia-heuvels met een oude citadel er op. De
Tampa-heuvel kan worden bezichtigd met behulp van een kabelbaan.
De belangrijkste
bezienswaardigheden van de stad bevinden zich niet ver van het centrale plein
Piata Sfatului. Midden op het plein staat het fraaie stadhuis uit
1420 waar tegenwoordig het stadsmuseum in is gevestigd. Het barokke
|

|
|
|
uiterlijk is het gevolg
van verbouwingen in de 18e eeuw. Verder staat aan het plein het Hirscher-huis
uit de eerste helft van de 15e eeuw. Het gebouw was oorspronkelijk in
renaissancestijl gebouwd om dienst te doen als markthal. Later woonde
burgervader Hirscher van Brasov er in.
Niet
ver hier vandaan torent het belangrijkste monument van Brasov: De Biserica
Neagra of ‘Zwarte Kerk.’ Hoewel het orgel (een echte Buchholz uit
1839) kleiner is dan het orgel van Sibiu is de bronzen kerkklok van zeven
ton wel de grootste van Roemenië. De in 1470 ingewijde kerk is een
stijlzuivere gotische hallenkerk. Een brand heeft in 1689 de kerkmuren
zwart geblakerd (vandaar de naam) en veel van de kerkschatten zijn
verwoest. Echter, de bronzen
doopvont uit de 15e eeuw en verschillende van de eeuwenoude, prachtige
tapijten zijn bewaard gebleven. Dergelijke tapijten werden in vroeger
tijden vaak door koopmannen als gift of als belasting aan de kerk
geschonken.
|

|
|
|
Wanneer men langs de kerk
lopend verder van het centrale plein doorwandelt, begeeft men zich in de richting
van Scheikwartier, een oude wijk met hobbelige straatjes. Aan deze kant van
het centrum zijn de meeste delen van de stadsmuur bewaard gebleven,
met verschillende authentieke, smalle poorten die helaas voor de moderne
auto’s geen obstakel vormen. De Scheipoort is de hoofdpoort waar de
gelijknamige straat doorheen loopt. Daarnaast staat de uit verschillende
torens opgebouwde Catherinapoort (Poarta Ecaterinai) met het wapen van de
stad er op. Aan beide einden van de stadsmuur staan tenslotte ook nog twee
wachttorens, die van het gilde van de smeden (Bastionul Fierarilor) en van
de wevers (Bastionul Tesatorilor). Hierachter begint de vroegere Roemeense
wijk, omdat Roemenen vroeger niet binnen de poorten mochten wonen.
Méér informatie
|

|
|
|
Een
enorm overzicht aan websites over Roemenië en de andere landen in Midden-
en Oost-Europa vindt u op www.middeneuropa.nl
Meer
informatie over het Nationaal Park Retezat vindt u op deze website
Meer
informatie over Roemenië kunt u verder vinden op de websites roemenie.startpagina.nl/ en Paspoort Roemenië
Voor
wandelreizen naar Roemenië kunt u goed terecht bij SNP
|
|
|
|
|
|
|
|
|